God is groter!

God bewaart Zijn volk, een pelgrimslied

Ik sla mijn ogen op naar de bergen; 

vanwaar zal mijn hulp komen?

Mijn hulp is van de Here,

die hemel en aarde gemaakt heeft.

Hij zal niet toelaten dat uw voet wankelt,

uw Bewaarder zal niet sluimeren.

Zie, de Bewaarder van Israël sluimert nog slaapt.

De Here is uw Bewaarder,

de Here is uw schaduw aan uw rechterhand.

De zon zal u des daags niet steken,

noch de maan des nachts.

De Here zal u bewaren voor alle kwaad,

hij zal uw ziel bewaren.

De Here zal uw uitgang en uw ingang bewaren

van nu aan tot in eeuwigheid.

Een jaar geleden op 3 maart 2012 overleed mijn moeder. Ver weg in Zuid-Afrika, met zicht op de bergen, alleen en onder erbarmelijke omstandigheden. Het leven was haar niet gegund.

3 maart staat als overlijdensdatum op de officiële documenten, en daar gaan we dan maar van uit. Dus vandaag, 3 maart 2013, is een bijzondere dag, een gedenkdag. Een dag voor een monument. Ik heb er alleen geen idee van hoe ik met deze dag moet omgaan. Een jaar geleden immers op deze dag wisten we helemaal niet dat het haar sterfdag was. Behalve haar moordenaar met zijn medeplichtigen wist niemand dat mijn moeder op 3 maart was overleden.

Wat is deze dag voor mij? Deze dag is de beleving voor mijzelf van haar laatste uren. Hoe die laatste uren waren weten we van de verklaringen van de moordenaar en zijn medeplichtigen. Hoe mijn moeder zich gevoeld met hebben weet ik niet. Wat er gebeurd is wel. Doordat we ook naar Zuid-Afrika zijn gegaan 12 dagen later, hebben de woorden ook beelden gekregen. Beelden die het gehele jaar, iedere dag en nacht in mijn hoofd en lijf hebben gezeten en vandaag zich extra sterk tonen.

En dan is er een intens verdriet voor en om mijn moeder. De wetenschap dat ze rustig thuis aan het lezen was – het huis dat een vluchtplaats, een ark, moest zijn voor verstoten kinderen – en vervolgens werd overvallen, geboeid en geblinddoekt. Dat ze bedreigd werd om geld te geven. Geld waarop de moordenaar dacht recht te hebben. De standvastigheid van mijn moeder omdat hij daar geen recht op had. Wetende dat ze vervolgens achter in haar eigen auto is gegooid, en over een onverharde, bijna onbegaanbare weg werd gereden, geboeid en al, en alles wat daarop volgde; dat doet pijn en is onbegrijpelijk.

De pijn die mij iedere dag, en vandaag in het bijzonder raakt zit h’m ook in het feit dat het leven voor mijn moeder de laatste jaren zo moeilijk was. Haar verdriet, teleurstelling en pijn waren heel intens. Ze heeft geknokt voor de kinderen in Zuid-Afrika, voor liefde, compassie en barmhartigheid. Zo heeft ze ook geknokt voor haar eigen rust. Een rust en kracht die ze bij God wilde zoeken. Haar leven was haar zwaar zonder mijn vader. Haar eenzaamheid was enorm, haar angst – de laatste reis voor wat er zou kunnen gebeuren in Zuid-Afrika – was reëel, en bijna te overweldigend. Toch is ze gegaan.

Ze genoot van de kinderen in het ‘Jan Vuykhuis’, maar de kinderen konden niet blijven. Het huis werd leeg en stil. Uiteindelijk waren zo ook haar laatste uren en moest ze zo sterven: door geweld, alleen, stil en met strijd, en niemand wist ervan. En zo speelt die film door mijn hoofd deze dag, opnieuw en opnieuw. Ik zie voor me hoe het gebeurd is.

Verdriet overspoelt me dan. Ook vragen en verwijten naar mijzelf. Had ik niet……………meer, beter, anders, liever en zorgzamer moeten zijn zodat het leven haar misschien minder zwaar was geweest.

De boosheid die ik had is denk ik weggeëbd. Boosheid had ik over alles. Over een land als Zuid-Afrika, waar ouders niet hun verantwoordelijkheid nemen, boosheid over een regering die niet de verantwoordelijkheid neemt voor de mensen die hun zijn toevertrouwd. Boosheid over onrecht. Boosheid over het gemak waarmee mijn moeder werd vermoord. Boosheid om de discriminatie (van blanken). Boosheid om gemakzucht. Maar ook angst. Angst voor de mensen die ik op straat tegenkwam. Angst voor mensen in winkels. Angst voor wat ze zouden kunnen doen, mij konden aandoen.

En tegelijk waren er ook mooie dingen in Zuid-Afrika. Eric Spencers die met honderden mensen, alles op alles heeft gezet om mijn moeder te vinden. Zijn familie die ons overal heen reed en hun huis voor ons openzette. Hun zorg, aandacht en betrokkenheid. Het feit dat het “Jan Vuykhuis” al heel snel voor een jaar een nieuwe bestemming kreeg, in de lijn van de opzet mijn moeder. De natuur, de zonsopgang. Het bijzondere was ook dat ik die dagen in Zuid-Afrika ook weer in alle rust heb ervaren. Hoeveel er ook op mij afkwam: ik hoefde er niet over te praten, kon ik niet en wilde ik niet. Ik hoefde niets uit te leggen: iedereen leefde mee, had mijn moeder gekend was geschokt. Er hoefde niet zo veel gezegd te worden. En daar had ik ook geen behoefte aan. De tijd kon stil staan en dat liet ik gebeuren. Ik zoog alles op om er later ‘mee aan de slag te gaan’.

Ik heb gemerkt dat het voor mij belangrijk is om de diepte in te gaan, de kern op te zoeken, om in de ellende, de pijn te duiken om er uit te kunnen klimmen en los te kunnen laten. De reis naar Zuid-Afrika heb ik opnieuw en opnieuw beleeft, nacht na nacht. Tot vandaag. Vandaag begint het verhaal bij dat wat ik vorig jaar om deze tijd nog niet wist. En daar wil ik in stappen – met mijn gedachten en deze woorden – zodat het niet ver weg is. Maar dichtbij komt en ik er doorheen ga en mijn moeder en wat is gebeurd kan overgeven.

Bij alles wat er is gebeurd en hoe ik mij voelde en voel is er één zekerheid, één vaststaand feit: God was er bij, bij haar. Toen wij van niets wisten en druk bezig waren met onze dagelijkse dingen, was Hij bij haar en zag haar. Hij kende haar en haar verdriet. God was haar hulp en kracht de afgelopen jaren, en zeker in haar laatste uren, minuten en seconden. Als ze achter haar bureau zat, zag ze de bergen. Ze wist het met psalm 121 van wie ze haar hulp moest verwachten. Ik denk dat ze dat in haar laatste – kwade – uur nog veel sterker heeft mogen ervaren “God is bij mij”.

De film die zich in mijn hoofd afspeelt moet ik zelf stop zetten. Ik kan het niet veranderen en niet terug draaien. Met mijzelf pijnigen, schuldig voelen en met de beelden laten leven schiet ik niets op.

Wat ik kan doen om te blijven staan, en door te kunnen gaan, doe ik: huilen, stil zijn, mij tot God richten en Hem verhogen. Want Hij is groter dan welke pijn, angst of verdriet ook. Hij was erbij, met Zijn bovennatuurlijke almacht. Hij overziet alles. Dat is genoeg. Dat geeft rust.

Geen vragen, maar vertrouwen. Opwekking 717 “God, U bent mijn God, en ik vertrouw op U en zal niet wankelen. Vredevorst, vernieuw een vaste geest in mij die rust in U alleen”.

Rusten, alleen in God. Zelf rusten met mijn gedachten, beelden, pijn en schuld bij God en het bij Hem laten. Alles overgeven. Want; Hij is groter. Als ik dat doe, dan kan Hij mijn pijn veranderen in vreugde. Mijn rouwkleed losmaken en mij met blijdschap omgorden. (psalm 30) Zíjn blijdschap wel te verstaan.

Een bewuste keuze, een besluit: ik laat mijn vreugde in Christus niet roven. Ik laat mijn vast geloof in God, de schepper van hemel en aarde niet aan het wankelen brengen, want Hij is groter! Hij is het middelpunt van mijn leven en niet ik met mijn verdriet! Ook al voel ik een intens verdriet en een enorme pijn; Gods liefde is groter en dat verandert mijn verdriet. Gods beloften, Gods aanvaarding en bevestiging zijn meer en groter dan iemand hier op aarde mij kan geven. Er is niemand als Hij. En dus verwacht ik alles van Hem. En dat kan alleen als ik dát, wat ik krampachtig vast houd, los laat, en overgeef aan Hem. Dan kan Hij mijn lege handen en hart vullen met alles wat goed is: met zichzelf. En daarmee met vergeving, met aanvaarding, met liefde en mededogen. Dan veranderen de omstandigheden niet, of wat er is gebeurd, maar dan verander ik. Dan verandert mijn rouwklacht in een dans. Daarom zal ik voor Hem zingen en niet zwijgen. Heer, mijn God, U wil ik eeuwig loven! Psalm 30:12,13 .

Door alles heen heb ik geleerd: kijk niet naar wat of wie er niet meer is, maar kijk naar wat er wél is, kijk naar wie er wel is: God is er. En in Hem is alles wat ik verlang of nodig heb. En meer nog. Want Hij is groter dan wat ik ook maar kan bedenken of beseffen.

 

Chris Tomlin “Our God is greater”

Water you turned into wine
Opend the eyes of the blind
There’s no one like You
None like You!

Into the darkness you shine
Out of the ashes we rise
There’s no one like You
None like You!

Refrain:
Our God is Greater,
Our God is stronger,
God You are higher than any other.
Our God is Healer,
Awesome in power,
Our God!
Our God!

Into the darkness you shine
Out of the ashes we rise
There’s no one like You
None like You!

And if our God is for us,
Then who could ever stop us.
And if our God is with us,
Then what could stand against.

And if our God is for us,
Then who could ever stop us.
And if our God is with us,
Then what could stand against.

What could stand against.